ECLI:NL:CRVB:2004:AQ0742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Oproepkracht als vrachtautochauffeur terecht als verplicht verzekerd aangemerkt
In deze zaak staat centraal of een oproepkracht die werkzaamheden verricht als vrachtautochauffeur bij gedaagde terecht als verplicht verzekerd is aangemerkt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na looncontroles bleek dat gedaagde betalingen had gedaan aan de werknemer, die als oproepkracht werkte, en deze betalingen als loon moesten worden aangemerkt. Het Uwv stelde dat ondanks een wijziging in de wijze van facturering de arbeidsverhouding feitelijk ongewijzigd was en dat de werknemer onder gezag van gedaagde werkte.
De rechtbank Almelo had het besluit van het Uwv vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond. De Raad stelt dat de drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking aanwezig zijn: gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetalingsverplichting. De werknemer verrichtte zijn werkzaamheden met een vrachtauto van gedaagde en stond onder diens gezag.
De Raad benadrukt dat de werknemer niet de vrijheid had om opdrachten te combineren met derden en dat hij persoonlijk moest werken zodra hij werd opgeroepen. Dit bevestigt de dienstbetrekking en daarmee de verzekeringsplicht. Het hoger beroep van het Uwv wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: De oproepkracht is terecht als verplicht verzekerd aangemerkt en het beroep tegen het besluit wordt ongegrond verklaard.