ECLI:NL:CRVB:2004:AP9342
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor kosten vervroegde terugreis naar Nederland
Appellant, een bijstandsgerechtigde, verzocht bijzondere bijstand voor kosten van een extra vliegticket, telefoonkosten en taxikosten die hij maakte vanwege een vervroegde terugreis uit Canada naar Nederland. Gedaagde, het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage, wees dit verzoek af omdat er geen noodzaak was voor de gemaakte kosten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Appellant had toestemming voor verblijf in het buitenland van 11 september tot 10 november 2000, maar keerde op 13 oktober 2000 voortijdig terug. Volgens appellant was dit het gevolg van paniek veroorzaakt door een inlichtingenformulier dat gedaagde had toegezonden. De Raad oordeelt echter dat de kosten van de vervroegde terugreis niet als noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden beschouwd en bovendien niet aan Nederland zijn verbonden, gelet op het territorialiteitsbeginsel van de Algemene bijstandswet.
De Raad benadrukt dat appellant zelf contact had kunnen opnemen met gedaagde indien onduidelijkheid bestond over de verwachtingen en wijst op een eerdere klacht van appellant vanuit de Verenigde Staten. De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt daarom bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van vervroegde terugreis wordt afgewezen en de afwijzing wordt bevestigd.