ECLI:NL:CRVB:2004:AP8805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor voldoening schuldvorderingen na proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijzondere bijstand ter voldoening van schuldvorderingen, specifiek proceskostenveroordelingen. De rechtbank Rotterdam wees het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat artikel 15 van Pro de Algemene bijstandswet bepaalt dat bijzondere bijstand voor schuldenlast niet wordt toegekend indien de aanvrager destijds beschikte over middelen om in noodzakelijke kosten te voorzien, tenzij zeer dringende redenen aanwezig zijn. In deze zaak zijn zulke redenen niet aannemelijk gemaakt.
De executoriale verkoop van de inboedel was uitgesteld en vond pas na het besluit op bezwaar plaats, waardoor geen onmiddellijke bedreiging van het bestaan van appellant bestond. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens, omdat eerdere toekenningen voor andere proceskosten geen recht geven op een positieve beslissing voor deze aanvraag.
De Raad ziet ook geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor proceskosten wordt bevestigd.