ECLI:NL:CRVB:2004:AP8472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens verwijtbare werkloosheid en onvoldoende financiële noodsituatie
Verzoeker heeft een ontbindingsvergoeding van €30.000 ontvangen na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. De uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geweigerd vanwege verwijtbare werkloosheid. Het bezwaar en het beroep tegen deze weigering zijn ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft vervolgens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 Awb Pro, stellende dat de toegekende ontbindingsvergoeding onvoldoende is om zijn schulden te betalen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat er geen sprake is van een financiële noodsituatie die onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker bewust heeft gekozen geen bijstandsuitkering aan te vragen en momenteel inkomsten heeft uit een 0-uren-contract van circa €1.000 per maand. Tevens ontbreken belangrijke stukken in het dossier die nodig zijn voor een volledige beoordeling. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en wordt geen onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak gedaan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend financieel belang.