ECLI:NL:CRVB:2004:AP3621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Herkrijgen werknemerschap na beëindiging zelfstandige activiteiten volgens Werkloosheidswet
Appellant was sinds 1985 als zelfstandige werkzaam en had een BV opgericht die in 1989 haar activiteiten staakte. Na een periode in loondienst begon appellant medio 1999 weer werkzaamheden via zijn BV voor de Stichting VNBW, die op 22 september 1999 werden beëindigd.
Gedaagde stelde dat appellant na 22 september 1999 nog steeds als zelfstandige actief was en daardoor het recht op WW-uitkering niet herkreeg. De rechtbank onderschreef dit standpunt, maar de Raad oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de activiteiten na 22 september 1999 niet als zelfstandige werkzaamheden kwalificeren omdat appellant geen financiële risico’s liep en de activiteiten vooral bestonden uit plannen maken en netwerken, gericht op het verkrijgen van een dienstverband.
Hierdoor heeft appellant het werknemerschap herkregen en dient gedaagde een nieuw besluit te nemen over het recht op uitkering na 22 september 1999, inclusief een beslissing over renteschade. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Appellant heeft het werknemerschap herkregen na beëindiging van zelfstandige werkzaamheden per 22 september 1999, waardoor het recht op uitkering hersteld wordt.