ECLI:NL:CRVB:2004:AP2623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het bezwaar tegen een besluit van 23 oktober 2001 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. De Raad heeft vastgesteld dat het besluit correct bekend is gemaakt aan het toenmalige vestigingsadres van appellante en dat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken is ingediend.
De door appellante aangevoerde redenen voor de termijnoverschrijding, waaronder het feit dat de bestuurder niet meer op het adres verbleef en dat post door een derde is vernietigd, worden door de Raad niet als verschoonbaar beschouwd. Deze omstandigheden liggen in de risicosfeer van appellante.
De Raad sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 10 juni 2004.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.