ECLI:NL:CRVB:2004:AP2278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum WAO-uitkering per 29 oktober 1997 na herziening arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een bedrijfsongeval in 1988 arbeidsongeschikt is, verzocht om herziening van zijn WAO-uitkering vanwege verslechtering van zijn situatie. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd de uitkering per 14 februari 2000 herzien naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij reeds vóór 1 oktober 1997 recht had op een WAO-uitkering van 80 tot 100%, onder meer vanwege beperkingen in loopafstand en psychische problemen. De Raad stelde vast dat appellant geen medische gegevens overlegd had die zijn volledige arbeidsongeschiktheid vóór die datum aannemelijk maakten.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit van 24 november 2000, waarin de ingangsdatum van de WAO-uitkering werd vastgesteld op 29 oktober 1997, terecht was. De door appellant overgelegde documenten, waaronder verklaringen van het GGZ-cluster en gemeentelijke besluiten, ondersteunden zijn stelling niet.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Maastricht en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht is vastgesteld met ingang van 29 oktober 1997 op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.