ECLI:NL:CRVB:2004:AP2061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij RDW-medewerker
Appellant was sinds 1981 werkzaam bij de RDW en was tijdens een detacheringsperiode betrokken bij de keuring van auto's voor de Engelse markt. Tijdens deze periode accepteerde hij binnen werktijd een auto zonder betaling en gebruikte hij groene kentekenplaten van een garagebedrijf om deze auto te vervoeren. Dit werd door de RDW aangemerkt als ernstig plichtsverzuim en leidde tot ontslag.
Appellant voerde aan dat de auto geen beloning was voor bewezen diensten en dat hij niet wist dat het gebruik van de groene kentekenplaten niet was toegestaan. Ook stelde hij dat de processen-verbaal van de FIOD niet overeenkwamen met zijn verklaringen, mede vanwege zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant voldoende vaststonden en dat het ontslag niet onevenredig was. De Raad ging mee in de overwegingen van de rechtbank en bevestigde het ontslagbesluit. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het ontslag van de RDW-medewerker wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.