ECLI:NL:CRVB:2004:AP1958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid werkneemster op 9 oktober 2000
Appellante betwistte het besluit van het UWV om de arbeidsongeschiktheidsuitkering van de werkneemster ongewijzigd vast te stellen op een mate van 80 tot 100% per 9 oktober 2000. Na een onderzoek door verzekeringsarts Van Oijen, die constateerde dat de werkneemster toen geen duurzaam benutbare mogelijkheden had, werd het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
In hoger beroep werd de stelling herhaald dat het UWV onvoldoende had gereageerd op de brief van de arts-gemachtigde Zwaveling. De Raad concludeerde dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts Joosten deze brief adequaat had beantwoord en dat de medische beoordeling van Van Oijen en Joosten eenduidig was. De Raad benadrukte dat uitsluitend de belastbaarheid op de datum 9 oktober 2000 ter beoordeling stond.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om af te wijken van de eerdere conclusies en bevestigde het besluit van het UWV. Tevens werd vastgesteld dat de bezwaartermijn door appellante correct was nageleefd en dat de werkneemster op dat moment nog in dienst was van appellante. Later is de WAO-uitkering ingetrokken wegens werkhervatting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.