ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming medische stukken werkgever in WAO-procedure niet strijdig met EVRM
De zaak betreft hoger beroep van een werkgever tegen twee uitspraken van de rechtbank Rotterdam over WAO-uitkeringen toegekend aan een werkneemster die na een busongeval arbeidsongeschikt werd verklaard. De werkgever maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot toekenning en later intrekking van de uitkering, waarbij zij bezwaar maakte tegen de beperkte inzage in medische stukken.
De rechtbank oordeelde dat de beperking van de kennisneming door de werkgever geen strijd opleverde met artikel 6 EVRM Pro en verklaarde het bezwaar tegen de toekenning ongegrond, maar vernietigde het besluit tot intrekking wegens onvoldoende voortvarendheid in de besluitvorming. Beide partijen stelden hoger beroep in.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de toepassing van artikel 8:32, tweede lid, Awb, die de kennisneming van medische stukken door de werkgever beperkt, gerechtvaardigd is gezien de privacy van de werknemer en dat de werkgever hierdoor niet wezenlijk wordt benadeeld. De Raad oordeelde voorts dat de UWV-besluitvorming binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, ondanks enige vertraging.
Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 januari 2002 niet aan de werkgever had verstrekt, waardoor de uitspraak vernietigd werd. De Raad vernietigde beide aangevallen uitspraken, verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van de werkgever. De zaak werd niet terugverwezen naar de rechtbank.
Uitkomst: De beroepen van de werkgever tegen de besluiten van het UWV worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken worden vernietigd.