ECLI:NL:CRVB:2004:AP1762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herstelverklaring en beëindiging ziekengeld bij rugklachten
Appellant was sinds 27 februari 1999 arbeidsongeschikt wegens rugklachten en ontving een WAO-uitkering. Vanaf 18 december 2000 ontving hij een Ziektewetuitkering vanwege intensieve dagbehandeling. Na beëindiging van deze behandeling verklaarde een verzekeringsarts hem op 29 juni 2001 hersteld en geschikt voor licht fysieke arbeid.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit om het ziekengeld te beëindigen, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na onderzoek dat appellant geschikt was voor licht fysieke arbeid, wat door de Raad werd onderschreven. De Raad zag geen reden om aan deze conclusie te twijfelen, mede gelet op de medische gegevens en de verklaring van de revalidatie-arts.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen grond voor nadere medische onderzoeken of toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.