ECLI:NL:CRVB:2004:AP1717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Appellant stelde zich in beroep tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 7 februari 2001 niet meer ongeschikt was voor zijn arbeid vanwege ziekte of gebreken. In eerste aanleg werd het beroep ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat prostaatklachten niet tijdig waren gemeld en onvoldoende waren onderbouwd om ongeschiktheid aan te tonen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij gezien zijn leeftijd en klachten geen reëel arbeidsaanbod had. De Raad overwoog dat het aanvullende rapport van de bezwaarverzekeringsarts voldoende rekening hield met alle klachten, waaronder prostaatklachten, en dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor ongeschiktheid op de datum in geding.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit gegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant niet langer ongeschikt is voor arbeid blijft in stand.