ECLI:NL:CRVB:2004:AP1432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering bij psychische klachten
Appellant, met psychische klachten en een eerdere WAO-uitkering, vorderde herziening van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek, inclusief psychiatrisch rapport, werd vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende medisch onderzoek had plaatsgevonden en dat zijn psychische toestand ernstiger was dan erkend. Gedaagde stelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat geen fysieke klachten waren geuit.
De Raad oordeelde dat het onderzoek adequaat was, dat de verzekeringsartsen zich terecht beperkten tot psychische klachten en dat de bevindingen van de psychiater Wettstein betrouwbaar waren. De geselecteerde functies waren passend en het verlies aan verdiencapaciteit correct vastgesteld.
Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het hoger beroep afgewezen. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2004.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant terecht minder dan 15% arbeidsongeschikt is geacht en wijst het hoger beroep af.