ECLI:NL:CRVB:2004:AP0593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- R.M. van Male
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot gedeeltelijke intrekking arbeidsontheffing op basis van RIO-advies
Appellant, voormalig taxichauffeur, ontving ziekengeld vanwege oorsuizen, hoofdpijn en rugklachten. Na beëindiging van het ziekengeld werd hem een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en vervolgens de Algemene bijstandswet toegekend. Gedaagde ontnam de arbeidsontheffing gedeeltelijk op basis van een advies van het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO) dat appellant arbeidsgeschikt was met enkele beperkingen.
Appellant stelde dat het RIO-advies niet deugdelijk was omdat er geen deskundige geestelijke gezondheidszorg was betrokken en dat hij niet in staat was tot arbeid. Hij overhandigde een psychologisch rapport dat echter niet relevant was voor de beslissingsdatum en geen objectief bewijs leverde van arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat het RIO-advies zorgvuldig tot stand was gekomen, rekening houdend met medische gegevens en dat geen noodzaak bestond voor een psychologisch of psychiatrisch onderzoek. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
De Raad oordeelde dat gedaagde terecht het standpunt mocht baseren op het RIO-advies en dat appellant vanaf 18 april 2001 aan de arbeidsverplichtingen moet voldoen, rekening houdend met zijn beperkingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot gedeeltelijke intrekking van de arbeidsontheffing wordt bevestigd.