ECLI:NL:CRVB:2004:AP0498
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging correctiebesluit loonheffing wegens onjuiste brutering en schending redelijke termijn
Appellante, een agrarisch loonbedrijf, werd geconfronteerd met een correctiebesluit van het UWV over de jaren 1996 en 1997 naar aanleiding van een looncontrole. De correctie betrof een schatting van het aantal gewerkte uren, waarbij het UWV een verschil constateerde tussen de verkoop- en loonadministratie. Daarbij werd gebruikgemaakt van het anoniementarief voor de loonheffing.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte het anoniementarief toepaste, aangezien de Belastingdienst geen loonheffing had nageheven. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en moest het UWV een nieuw besluit nemen.
De Raad bevestigde dat de gehanteerde schattingsmethode, gebaseerd op verklaringen van de enige opdrachtgever en de verkoopadministratie, niet onredelijk was. Tevens werd geoordeeld dat de loonadministratie onvolledig was, waardoor de schatting gerechtvaardigd was.
Verder stelde de Raad vast dat de bezwaar- en beroepsprocedure een overschrijding van de redelijke termijn kende, vooral door de langdurige bezwaarfase. Hoewel dit niet leidde tot het verval van de bevoegdheid van het UWV, moet bij het nieuwe besluit rekening worden gehouden met deze vertraging, onder meer door het achterwege laten van rente over de achterstallige premies.
Tot slot werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden correctiebesluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.