ECLI:NL:CRVB:2004:AO9490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Geen aanvullende reisvoorziening bij niet voldoen aan 12-dagencriterium, wel beroep op vertrouwensbeginsel
Gedaagde verzocht om een aanvullende reisvoorziening in geld naast de OV-studentenkaart voor de maanden februari tot en met juli 2002. De aanvraag werd deels gehonoreerd (februari en maart) en deels afgewezen (april tot en met juli) vanwege het niet voldoen aan het twaalf-dagencriterium, dat vereist dat de onderwijsinstelling ten minste twaalf dagen per maand niet tijdig met het openbaar vervoer bereikbaar is.
De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit, omdat appellante buiten de beleidskaders zou zijn getreden door momenten op dezelfde dag slechts één keer mee te tellen. De Raad oordeelde echter dat appellante terecht uitging van het twaalf-dagencriterium en dat de toelichting bij het aanvraagformulier waarop gedaagde zich beroept een fout bevatte die inmiddels was gecorrigeerd.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, behalve voor de vergoeding van het griffierecht, en stelde vast dat het beroep gegrond is voor de maanden april en mei 2002, omdat gedaagde op grond van het vertrouwensbeginsel gerechtvaardigde verwachtingen had door de foutieve toelichting. Voor juni 2002 werd het beroep ongegrond verklaard. De Raad herroept het besluit gedeeltelijk en kent een aanvullende reisvoorziening toe voor april en mei 2002.
Uitkomst: Aan gedaagde wordt voor april en mei 2002 een aanvullende reisvoorziening in geld toegekend wegens gerechtvaardigde verwachtingen op grond van het vertrouwensbeginsel.