ECLI:NL:CRVB:2004:AO9278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wachtgeld na ontslag wegens plichtsverzuim bij Belastingdienst
Appellant was werkzaam als groepsfunctionaris C bij de Belastingdienst en werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens plichtsverzuim. Hij had vertrouwelijke gegevens over belastingplichtigen aan een collega verstrekt, die deze gebruikte voor nevenwerkzaamheden bij een incassobureau. Appellant erkende deze gedragingen, maar stelde dat het om een vriendendienst ging en dat er geen sprake was van plichtsverzuim.
De Raad oordeelde dat het verstrekken van gegevens, wetende dat deze voor nevenwerkzaamheden werden gebruikt, plichtsverzuim vormde. Het ontslag was niet onevenredig gezien de ernst van de gedraging en het vertrouwen dat belastingplichtigen in de Belastingdienst moeten kunnen stellen. Ook de schorsing en inhouding van een deel van de bezoldiging werden als redelijk beoordeeld.
De aanvraag van appellant voor wachtgeld werd afgewezen omdat het ontslag het gevolg was van eigen schuld en toedoen. Appellant voerde geen aparte grieven aan tegen deze weigering, en de Raad bevestigde de eerdere uitspraken zonder verdere beoordeling van het wachtgeldbesluit.
De uitspraak benadrukt de hoge integriteitseisen binnen de Belastingdienst en bevestigt dat het misbruik van vertrouwelijke gegevens, ook binnen de organisatie, zwaar wordt bestraft.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim en de weigering van wachtgeld worden bevestigd.