ECLI:NL:CRVB:2004:AO8399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Geen dienstbetrekking tussen tandarts en minderjarige zoon voor schoonmaakwerk
De zaak betreft de vraag of de betalingen van een tandarts aan zijn zoon voor schoonmaakwerkzaamheden in diens praktijk als loon uit dienstbetrekking moeten worden aangemerkt. De looncontrole bracht aan het licht dat de zoon van de tandarts tussen 1995 en 1999 eenmaal per week tegen betaling de praktijkruimte schoonmaakte, zonder dat dit in de salarisadministratie was opgenomen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) legde correctienota's op voor premies sociale verzekeringen over deze jaren.
De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat vanwege de familieverhouding tussen vader en zoon geen sprake was van een arbeidsovereenkomst en verklaarde het bezwaar van de tandarts gegrond. Het Uwv ging in hoger beroep en stelde dat maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke wijzigingen ertoe leiden dat een dienstbetrekking wel kan worden aangenomen, mede omdat de werkzaamheden aan de eisen van een tandartspraktijk voldeden en de beloning zakelijk was geboekt.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het onderzoek van het Uwv summier was en onvoldoende aanwijzingen gaf voor een dienstbetrekking. De Raad bevestigde het uitgangspunt dat minderjarige kinderen die in het bedrijf van hun ouders werken doorgaans niet in dienstbetrekking staan vanwege de familieband. Ook de maatschappelijke ontwikkelingen en wettelijke wijzigingen boden onvoldoende aanleiding dit uitgangspunt te verlaten. De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het besliste over de jaren 1998 en 1999 en vernietigde de correctienota's over de jaren 1995 tot en met 1997, waarmee de premiecorrecties werden teruggedraaid.
Uitkomst: De premiecorrecties voor de jaren 1995 tot en met 1997 worden vernietigd omdat geen sprake is van een dienstbetrekking tussen de tandarts en zijn minderjarige zoon.