ECLI:NL:CRVB:2004:AO6663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks afwijkend medisch oordeel Deense arts
Appellante, woonachtig in Denemarken, maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15 tot 25%. Zij stelde dat op grond van artikel 51 van Pro EG-Verordening 574/72 en het arrest Martinez Vidal het oordeel van de Deense arts, die haar arbeidsongeschiktheid lager inschatte, leidend had moeten zijn.
De Raad overwoog dat artikel 51 bepaalt Pro dat medische controles in de woonstaat van de rechthebbende moeten plaatsvinden, maar dat het bevoegde orgaan in Nederland de uiteindelijke beoordeling moet maken volgens de Nederlandse wetgeving. Het oordeel van de Deense arts is niet bindend omdat de lidstaten verschillende maatstaven hanteren.
De Raad achtte de medische beoordeling door de Nederlandse verzekeringsarts, die rekening hield met het Deense rapport, voldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding om deze te verwerpen. Ook achtte de Raad de functies die appellante nog zou kunnen verrichten passend, waarmee de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid onderbouwd kon worden.
Daarmee werd het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks het afwijkende oordeel van de Deense arts.