ECLI:NL:CRVB:2004:AO6390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 87e WAO op geschil over toekenning WAO-uitkering en gedifferentieerde premie
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en een werkgever over de toekenning van een WAO-uitkering aan een voormalige werknemer en de daaruit voortvloeiende gedifferentieerde premie. De werkgever betwistte dat de uitkering terecht was toegekend en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag juist was vastgesteld.
De rechtbank Breda had de beroepen van de werkgever gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. In hoger beroep stond centraal de vraag of artikel 87e van de WAO aan een beoordeling van deze gronden in een premieprocedure in de weg staat. De Raad overweegt dat artikel 87e WAO bepaalt dat bezwaren die zien op de toekenning van een WAO-uitkering niet in een premieprocedure kunnen worden behandeld, maar alleen in een procedure gericht tegen de toekenningsbeslissing zelf.
De Raad wijst het verzoek van het Uwv af om het toekenningsbesluit alsnog bekend te maken om bezwaar te kunnen maken, omdat dit in strijd zou zijn met de goede procesorde en de werkgever zou benadelen. De Raad bevestigt dat het geschil over de uitkering en de premieprocedure gescheiden moeten worden behandeld. De aangevallen uitspraken worden vernietigd en de beroepen van de werkgever worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van de werkgever worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken vernietigd.