ECLI:NL:CRVB:2004:AO6345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen bevestigd
Appellante, enig bestuurder van een transportbedrijf dat in 1994 failliet werd verklaard, werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen ter hoogte van fl. 33.149,77 over de jaren 1993 en 1994. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verklaarde de bezwaren van appellante ongegrond.
De Raad baseerde zich op feiten dat appellante feitelijk leiding gaf aan de organisatie en betrokken was bij het vervalsen van verkoopfacturen, wat ook strafrechtelijk werd vastgesteld. De stelling van appellante dat zij geen feitelijk bestuur voerde werd verworpen, mede vanwege haar eigen verklaringen tijdens het opsporingsonderzoek. Ook werd het wettelijke vermoeden van aansprakelijkheid niet weerlegd.
De Raad oordeelde dat de aansprakelijkheid niet aan een termijn is gebonden en dat er geen sprake was van onnodig talmen bij de aansprakelijkstelling. De eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd. De Raad zag geen reden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen wordt bevestigd.