ECLI:NL:CRVB:2004:AO6230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen terugvorderingsbesluit AAW na matiging wegens lange behandelingsduur
Appellant T. Oudhoff betwistte de terugvordering van onverschuldigde AAW-uitkeringen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), voorheen Lisv. Na een lange periode van onduidelijkheid en vertraging in de besluitvorming, matigde het Uwv de terugvordering met 60% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank had het primaire terugvorderingsbesluit vernietigd wegens schending van artikel 6 EVRM Pro en de lange duur van de procedure, maar liet de matiging niet volledig tot nihil gaan. Het Uwv nam vervolgens een nieuw besluit waarin het terugvorderingsbedrag werd gematigd tot € 6.384,04, later gecorrigeerd naar € 2.938,64.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de rechtbank het primaire besluit reeds heeft vernietigd en appellant geen belang meer heeft bij verdere vernietiging. De Raad erkent de lange duur van de procedure en bevestigt dat de matiging van 60% een voldoende compensatie biedt. De Raad acht geen grond voor verdere matiging of vernietiging en verklaart het beroep tegen het matigingsbesluit ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het matigingsbesluit ongegrond verklaard.