ECLI:NL:CRVB:2004:AO5483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn begint pas na toezending besluit aan gemachtigde bij ontslag ambtenaar
Verzoeker, een ambulancechauffeur bij de GGD Zuidoost-Brabant, kreeg op 14 februari 2003 ontslag wegens ongeschiktheid. Het ontslagbesluit werd op 18 februari 2003 aangetekend naar zijn huisadres verzonden, maar verzoeker haalde het niet op. Zijn gemachtigde, mr. Strijbosch, ontving het besluit pas op 14 april 2003 per fax en diende diezelfde dag bezwaar in. De GGD verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn, die volgens hen op 19 februari 2003 begon te lopen.
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het standpunt van de GGD over het begin van de termijn. Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en vroeg tevens een voorlopige voorziening.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn pas begint te lopen nadat het besluit aan de gemachtigde is toegezonden, mits het bestuursorgaan op de hoogte is van diens aanstelling. Omdat de gemachtigde pas op 14 april 2003 het besluit ontving, begon de termijn toen pas te lopen. Het bezwaar was dus tijdig ingediend. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en de GGD werd opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen.
Daarnaast werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij de GGD verzoeker salaris moest betalen vanaf 1 februari 2004 tot aan de dag van het nieuwe besluit, alsof er geen ontslag was verleend. Tevens werd de GGD veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en reiskosten van verzoeker.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de bezwaartermijn pas begint na toezending van het besluit aan de gemachtigde, met toekenning van een voorlopige voorziening en proceskostenvergoeding.