ECLI:NL:CRVB:2001:AB3278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. Haverkamp
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verplichting bestuursorgaan tot toezenden besluiten aan gemachtigde in andere zaak niet aangenomen
Appellante ontving uitkeringen op grond van de AAW en WAO wegens arbeidsongeschiktheid. Na intrekking van deze uitkeringen bij besluit van 8 juli 1997, werd bezwaar gemaakt door haar gemachtigde, mr. Molenaar, die echter niet op de hoogte was gesteld van dit besluit omdat het bestuursorgaan het besluit niet aan hem had toegezonden. Hierdoor werd het bezwaar ruim na de termijn ingediend en door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het bestuursorgaan op grond van artikel 2:1 Awb Pro verplicht was het besluit ook aan haar gemachtigde toe te zenden, omdat deze in een andere procedure al als gemachtigde bekend was. De Raad oordeelde echter dat een bestuursorgaan alleen verplicht is stukken aan een gemachtigde toe te zenden indien deze gemachtigde ook in de betreffende zaak is aangemeld. Het enkele feit dat de gemachtigde in een andere zaak optreedt, schept geen verplichting tot toezending.
De Raad concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare omstandigheden. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar, ook niet gezien de omstandigheden die door de gemachtigde waren aangevoerd. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 8 juli 1997 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder verschoonbare omstandigheden.