ECLI:NL:CRVB:2004:AO5437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij aanvraag bijzondere bijstand
Appellant heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van woninginrichting, welke aanvraag op 8 mei 2000 is afgewezen. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 16 oktober 2000 ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant zich gekeerd tegen deze uitspraken, maar heeft vervolgens meegedeeld dat hij inmiddels is verhuisd en geen inrichtingskosten heeft gemaakt voor de betreffende woning. Hierdoor concludeert de Raad dat de gevraagde kosten niet zijn gemaakt en ook niet meer kunnen worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat appellant geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep, waardoor het niet-ontvankelijk wordt verklaard. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.