ECLI:NL:CRVB:2004:AO5322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering IOAW-uitkering wegens verzwegen inkomsten uit zwart werk
Appellanten ontvingen een uitkering op grond van de IOAW, berekend naar de grondslag voor een echtpaar. Uit onderzoek door de sociale recherche bleek dat appellant in de periode van augustus 1995 tot november 1999 werkzaamheden verrichtte bij een aannemersbedrijf tegen betaling, zonder dit te melden aan het bestuursorgaan. Hierdoor werd ten onrechte een uitkering verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad acht het bewezen dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door zijn inkomsten uit zwart werk niet te melden, waardoor herziening en terugvordering van de uitkering gerechtvaardigd zijn. Er zijn geen dringende redenen aanwezig om van terugvordering af te zien.
Appellante stelde dat zij geen bemoeienis had met de uitkering en niet hoofdelijk aansprakelijk mocht worden gesteld. De Raad oordeelt dat, omdat de uitkering aan appellanten als echtpaar werd toegekend en appellant inkomsten had verzwegen, appellante hoofdelijk aansprakelijk is voor terugbetaling. De Raad wijst het hoger beroep van appellanten af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van ten onrechte ontvangen IOAW-uitkeringen wordt bevestigd en het hoger beroep van appellanten wordt afgewezen.