ECLI:NL:CRVB:2004:AO5164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding DNA-onderzoek bij herziening kinderbijslag
De zaak betreft een hoger beroep van de Sociale verzekeringsbank tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de bank veroordeelde tot vergoeding van kosten voor een DNA-onderzoek. Gedaagde ontving kinderbijslag voor zeven kinderen in Pakistan, waarvan de bank na onderzoek de uitkering voor vier kinderen weigerde en teveel betaalde bedragen terugvorderde.
Tijdens de procedure toonde gedaagde met DNA-onderzoek aan dat drie van de vier kinderen daadwerkelijk zijn kinderen zijn. De rechtbank oordeelde dat de bank de kosten van dit onderzoek moest vergoeden. De bank stelde in hoger beroep dat het aan de verzekerde is om bewijs te leveren en dat de kosten van DNA-onderzoek daarom voor rekening van gedaagde moeten blijven.
De Raad overwoog dat in het kader van herziening en terugvordering het bestuursorgaan moet aantonen dat de eerdere toekenning onjuist was. Het deskundigenrapport van gedaagde is vergelijkbaar met andere deskundigenrapporten die in de jurisprudentie voor vergoeding in aanmerking komen. Daarom is het oordeel van de rechtbank dat de bank de kosten moet vergoeden juist.
De Raad bevestigt de uitspraak en veroordeelt de Sociale verzekeringsbank tot betaling van proceskosten aan gedaagde. Tevens wordt een recht van € 409,- geheven van de bank.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het DNA-onderzoek en betaling van proceskosten aan gedaagde.