ECLI:NL:CRVB:2004:AO4745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering belasting en premies bij bijstandsuitkering en proceskostenveroordeling
Appellant ontving in 2000 een bijstandsuitkering en het College van burgemeester en wethouders droeg namens hem loonbelasting en premies af. Appellant kreeg een voorlopige teruggaaf van de belastingdienst, die verband hield met een negatief inkomen over 1999 door terugbetaling van bijstandskosten. Het College vorderde het bedrag van f 5.118,-- terug op grond van artikel 82 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze terugvordering ongegrond en wees zijn beroep af. Het College stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank dat appellant niet in de proceskosten werd veroordeeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door appellant, ondanks het feit dat hij in andere procedures soortgelijke grieven had ingebracht.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het College terecht tot terugvordering was overgegaan en dat de uitzonderingsbepalingen van de Abw niet van toepassing waren. Het hoger beroep van het College slaagde niet en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant. De uitspraak werd op 2 maart 2004 in het openbaar gegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en wijst het hoger beroep van het College tegen proceskostenveroordeling af.