ECLI:NL:CRVB:2004:AO4646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenloopregeling vervoersvoorzieningen Wet voorzieningen gehandicapten en Wet Rea
Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van een gehandicapte gedaagde tegen het besluit tot beëindiging van een vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) gegrond verklaarde.
De zaak betrof de beëindiging van een vervoersvoorziening in de vorm van het gebruik van een deeltaxi, waarbij appellant stelde dat de Wet Re-integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) reeds voorzag in een vergoeding voor leefvervoer, waardoor geen ruimte zou zijn voor een aanvullende voorziening op grond van de Wvg. De rechtbank oordeelde dat de ministeriële Regeling vervoerskostenvergoeding Wvg niet van toepassing was en dat appellant de hardheidsclausule niet correct had toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Regeling vervoerskostenvergoeding geen toereikende grondslag biedt voor een samenloopregeling en dat de weigeringsgrond uit de Verordening voorzieningen gehandicapten Tilburg terecht van toepassing is, omdat de vergoeding op grond van de Wet Rea en de Wvg betrekking hebben op dezelfde vervoersbewegingen.
De Raad bevestigde dat het Uwv gehouden is een adequate vervoersvoorziening toe te kennen en dat het ontbreken daarvan niet aan appellant kan worden tegengeworpen om alsnog een aanvullende voorziening toe te kennen. Gedaagde had bovendien geen beroep ingesteld tegen het besluit van het Uwv. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Breda vernietigd.