ECLI:NL:CRVB:2004:AO4171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag projectleider gemeente Amsterdam wegens integriteitsschending en nevenwerkzaamheden
Gedaagde was sinds 1979 projectleider bij het gemeentelijk woningbedrijf Amsterdam en verrichtte nevenwerkzaamheden in de particuliere woningbouw. Door negatieve publiciteit en een strafrechtelijke veroordeling wegens valsheid in geschrifte werd zijn ontslag per 1 september 1991 uitgesproken. Na vernietiging van dat besluit volgden onderhandelingen over beëindiging van het dienstverband en een nieuw ontslagbesluit per 1 mei 1997 vanwege vertrouwensbreuk.
De rechtbank had het besluit van 29 januari 1999 vernietigd vanwege onduidelijkheid over de financiële vergoeding. De Raad oordeelt dat het gemeentelijk belang dringend eist dat gedaagde niet terugkeert in dienst, mede door het aangescherpte integriteitsbeleid. Tegelijk erkent de Raad het aandeel van de gemeente in de ontstane situatie en stelt dat ontslag alleen kan met een adequate financiële tegemoetkoming.
De Raad vindt de toegekende wachtgelduitkering en een extra uitkering van f 175.000,- (€ 79.412,-) voldoende. Het incidenteel appèl van gedaagde over een schadevergoeding voor proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan samenhang met het hoger beroep. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van gedaagde ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van de projectleider wordt bevestigd met een adequate financiële tegemoetkoming, het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het beroep van gedaagde ongegrond.