ECLI:NL:CRVB:2004:AO3960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WAO wegens onzorgvuldige procedure en dringende redenen
Appellante ontving ten onrechte voorschotten op een WAO-uitkering over de periode van 11 september 1998 tot en met 31 mei 1999. Het UWV vorderde deze voorschotten terug, maar handelde onzorgvuldig door de aanvraag te laat te behandelen en voorschotten toe te kennen terwijl uit medische rapporten bleek dat appellante geen arbeidsbeperkingen had.
Appellante stelde dat zij mocht vertrouwen op de uitkering en dat de terugvordering haar in ernstige financiële problemen bracht. De Raad oordeelde dat appellante tijdig haar aanvraag had ingediend, maar dat het UWV nalatig was geweest in de afhandeling en onterecht voorschotten had verstrekt "tegen beter weten in".
Verder concludeerde de Raad dat het UWV niet had onderzocht of er dringende redenen waren om terugvordering geheel of gedeeltelijk achterwege te laten. Ook ontbrak een invorderingsbesluit, wat strijdig is met de wettelijke voorschriften.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het terugvorderingsbesluit en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële situatie van appellante en waarin tevens een invorderingsbesluit wordt opgenomen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van dringende redenen en een invorderingsbesluit.