ECLI:NL:CRVB:2004:AO2867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering kinderbijslag bij dienstverband volkenrechtelijke organisatie
Appellante ontving kinderbijslag voor haar kinderen, waaronder een stiefkind van haar echtgenoot die werkzaam was bij een volkenrechtelijke organisatie. Op grond van artikel 13 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164) was zij niet verzekerd voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) omdat haar echtgenoot bij een volkenrechtelijke organisatie werkte en zij zelf geen arbeid verrichtte of Nederlandse sociale verzekeringsuitkering ontving.
De Sociale verzekeringsbank trok de kinderbijslag met terugwerkende kracht in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. Appellante voerde onder meer aan dat de regeling in strijd was met internationale verdragen en discriminatoir was, maar deze gronden werden door de Raad verworpen.
De Raad overwoog dat de regeling objectief gerechtvaardigd is om dubbele uitbetaling van kinderbijslag te voorkomen en dat het terugvorderingsbeleid van de Sociale verzekeringsbank in overeenstemming is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De intrekking en terugvordering werden als terecht beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering en de financiële en sociale gevolgen voor appellante waren niet onaanvaardbaar.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 23 januari 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van kinderbijslag bevestigd.