ECLI:NL:CRVB:2004:AO2517
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitspraak over beëindiging tijdelijke aanstelling ambtenaar bij KLPD
Gedaagde was via uitzendovereenkomsten werkzaam bij het Korps Landelijke politiediensten (KLPD) en werd vervolgens tijdelijk aangesteld tot 1 januari 2001, verlengd tot 1 september 2001. Verzoeker beëindigde de aanstelling per 1 september 2001, wat gedaagde betwistte. De rechtbank oordeelde dat het dienstverband niet van rechtswege was geëindigd en dat gedaagde voor onbepaalde tijd in dienst was.
Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg schorsing van de uitspraak wegens spoedeisend belang, onder meer vanwege organisatorische en financiële bezwaren en de reorganisatie binnen het KLPD. De voorzieningenrechter oordeelde dat gedaagde tijdig was geïnformeerd over de tijdelijke aard van de aanstelling, onderbouwd met een mail van gedaagde zelf en zijn erkenning ter zitting.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker niet verplicht was de aanstelling te verlengen en dat de Flexwet niet van toepassing was op ambtelijke rechtsverhoudingen. Ook was er geen verplichting om werkzaamheden buiten het KLPD aan te bieden. Daarom werd de schorsing van de uitspraak toegewezen en het griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: De schorsing van de uitspraak van de rechtbank wordt toegewezen en het griffierecht aan verzoeker terugbetaald.