ECLI:NL:CRVB:2003:AO3564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag zelfstandige wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, een freelance kunstenaar, vroeg bijstand aan als zelfstandige, maar zijn aanvraag werd afgewezen omdat zijn bedrijf niet levensvatbaar werd geacht. Dit oordeel was gebaseerd op een rapport van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Limburg (IMK) uit 1996 en de financiële gegevens die appellant in 1997 aanleverde. De rechtbank en de Raad bevestigden dat het bedrijf evident niet levensvatbaar was, mede gezien de omzetcijfers die aanzienlijk lager waren dan de taakstellende omzet.
Appellant stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat gedaagde geen nieuw extern onderzoek had laten uitvoeren bij de nieuwe aanvraag in 1997. De Raad oordeelde echter dat dit niet nodig was omdat de aangeleverde gegevens geen ander beeld gaven dan het eerdere rapport en dat gedaagde voldoende kennis had om het besluit te nemen. Bovendien had appellant geen tegenrapport of objectieve gegevens overgelegd die het tegendeel bewezen.
De Raad concludeerde dat gedaagde niet gehouden was een derde termijn te geven voor het aanleveren van stukken, en dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De afwijzing van de bijstandsaanvraag werd dan ook bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens het ontbreken van een levensvatbaar bedrijf.