ECLI:NL:CRVB:2003:AO1165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Premies werknemersverzekeringen terecht nageheven wegens niet-verantwoorde loonbetalingen
Appellante, die de onderneming van KRAB en REP heeft overgenomen, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) aangeslagen voor premies werknemersverzekeringen over de periode 1 augustus tot en met 31 december 1994. Deze premies werden nageheven omdat appellante niet alle loonbetalingen in haar administratie had verantwoord, met name betalingen aan thuiswerksters en operators die deels zwart waren.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat per 1 juli 1994 sprake was van overgang van onderneming en dat appellante daarmee werkgever werd van de thuiswerksters en operators. De stelling van appellante dat de werkzaamheden na die datum nog voor KRAB en REP werden verricht, wordt verworpen omdat die licentieovereenkomsten vals waren en alleen dienden om zwart loon te kunnen blijven betalen.
De Raad bevestigt dat de brutering van betalingen aan personen waarvan de namen niet bekend zijn terecht is toegepast omdat verhaal van premies onmogelijk is. Voor betalingen aan thuiswerksters die wel individueel herleidbaar zijn, oordeelt de Raad dat appellante niet is geslaagd in haar bewijslast dat zij de inhoudingen voor haar rekening nam. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.