ECLI:NL:CRVB:2003:AO0600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- A. Beuker-Tilstra
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit herziening wachtgeld en afwijzing schadevergoeding ambtenaar
Appellant, werkzaam als ambtenaar, kreeg in 1990 eervol ontslag wegens opheffing van zijn betrekking en werd sindsdien wachtgeld toegekend. Diverse besluiten over de hoogte van het wachtgeld werden genomen, waarvan appellant geen rechtsmiddelen gebruikte. In 1999 werd het wachtgeld gedeeltelijk herzien, waarna appellant bezwaar maakte dat door de gemeente werd afgewezen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de gemeente de uitspraak van de Raad van 25 oktober 2001 niet volledig had uitgevoerd en vorderde onder meer een schadevergoeding van €250.000,- vanwege verlies van werk en ongedaanmaking van een schriftelijke berisping uit 1989. De Raad oordeelde dat het dictum 'verklaart het inleidend beroep alsnog gegrond' betekent dat het bestreden besluit onrechtmatig is voor een deel, maar niet dat alle grieven van appellant worden toegewezen.
De Raad bevestigde dat de gemeente terecht slechts het wachtgeld gedeeltelijk heeft herzien en dat er geen grond is voor schadevergoeding of intrekking van de berisping. De uitspraak van 25 oktober 2001 verplichtte niet tot een verdere herziening van het wachtgeld. Ook de proceskostenvergoeding was reeds voldaan. Het bestreden besluit van 24 mei 2002 blijft daarmee in stand en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot gedeeltelijke herziening van het wachtgeld en wijst de overige vorderingen af.