ECLI:NL:CRVB:2003:AN9790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening gedifferentieerde WAO-premie na uitdiensttreding
Appellante betwistte de berekening van de gedifferentieerde premie voor het jaar 1999, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) uitkeringen aan twee voormalige werknemers die in 1997 uit dienst waren getreden, heeft meegenomen. De rechtbank Amsterdam verwierp het beroep van appellante en ook in hoger beroep wordt dit oordeel bevestigd.
Appellante stelde dat de WAO-uitkeringen die na uitdiensttreding werden betaald, buiten beschouwing moesten blijven. Dit verweer werd in eerste aanleg en in hoger beroep verworpen. Tevens voerde appellante aan dat zij onvoldoende inzicht had gekregen in de gegevens waarop de toekenning van de WAO-uitkeringen was gebaseerd, maar dit werd niet gegrond verklaard omdat zij de juistheid van de uitkeringen niet betwistte.
Verder verzocht appellante om het stellen van préjudiciële vragen aan internationale verdragsorganen, maar dit verzoek werd afgewezen omdat die verdragen geen voorziening voor préjudiciële vragen bevatten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er zijn geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de berekening van de gedifferentieerde WAO-premie wordt bevestigd.