ECLI:NL:CRVB:2003:AN9578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Besluit tot uitkering niet op juiste wijze bekendgemaakt door niet toezenden aan gemachtigde
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de gemeente 's-Gravenhage waarin een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet werd toegekend met een bepaalde ingangsdatum. Dit bezwaar werd door gedaagde niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante stelde dat het primaire besluit van 30 oktober 2000 niet aan haar gemachtigde, mr. Martens, was toegezonden, waardoor het besluit niet op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt.
De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan, gelet op artikel 2:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, verplicht was het besluit ook aan de gemachtigde toe te zenden, aangezien het bestuursorgaan op de hoogte was van het optreden van mr. Martens als gemachtigde in deze zaak. Door het besluit niet aan de gemachtigde toe te zenden, was de bekendmaking niet rechtsgeldig en was de beroepstermijn niet aangevangen.
De Raad stelde vast dat mr. Martens pas op 8 februari 2001 kennis kreeg van het besluit, waardoor het bezwaar van 23 februari 2001 tijdig was ingediend. Het besluit van 20 maart 2001 dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde, werd vernietigd evenals de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield.
De Raad bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelde de gemeente in de proceskosten van appellante. Tevens werd bepaald dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd omdat het primaire besluit niet aan de gemachtigde is toegezonden, waardoor de beroepstermijn niet is aangevangen.