ECLI:NL:CRVB:2003:AN9047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag voor pleegkind wegens ontbreken nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie
Appellante verzocht kinderbijslag voor Brian, geboren in 1998, die zij als pleegkind wilde opvoeden. De Sociale verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat appellante niet de voogdij had en er geen sprake was van een nauwe en exclusieve opvoedingsrelatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat een kind als pleegkind kan worden aangemerkt indien het als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed, waarbij de opvoeding een duurzame en bestendige relatie vereist die vergelijkbaar is met die van een ouder en eigen kind. Hoewel appellante Brian verzorgde, was er geen sprake van een dergelijke relatie op de peildata 1 oktober 1999, 1 januari 2000 en 1 april 2000.
Brian verbleef aanvankelijk bij zijn moeder, daarna tijdelijk bij familieleden en uiteindelijk bij appellante, de grootmoeder van vaderszijde. De voogdij bleef echter bij de moeder. Pas na ondertoezichtstelling en bemoeienis van de gezinsvoogdijinstelling werd Brian officieel bij appellante ingeschreven en werd een pleegzorgcontract afgesloten. De Raad concludeerde dat de relatie tussen appellante en Brian in de relevante periode niet duurzaam en exclusief was.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag kinderbijslag voor het pleegkind wordt definitief geweigerd.