ECLI:NL:CRVB:2003:AN8521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na dienstongeval bij mijnenruiming in Bosnië
Appellant, sergeant-majoor bij de Koninklijke Luchtmacht, raakte gewond bij een mijnenruimingsoperatie in Bosnië in april 1996. Hij vorderde schadevergoeding van de Staatssecretaris van Defensie wegens vermeend onrechtmatig handelen en niet-naleving van de zorgplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. De Centrale Raad van Beroep constateerde dat de rechtbank ten onrechte een gewijzigd besluit buiten beschouwing had gelaten en vernietigde het vonnis. Na inhoudelijke toetsing oordeelde de Raad dat de opdracht tot mijnenruiming niet onrechtmatig was, mede vanwege onduidelijkheden in het beleid en gezagsverhoudingen tussen Nederlandse en Britse commandanten.
De Raad stelde vast dat de zorgplicht van de werkgever was nagekomen, aangezien de werkzaamheden veilig waren ingericht en de hulpmiddelen voor mijnenruiming beschikbaar waren. Het ongeval was mede veroorzaakt doordat appellant en zijn collega de hulpmiddelen niet gebruikten, wat niet aan de werkgever kon worden toegerekend.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.