ECLI:NL:CRVB:2003:AN8072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongeschiktheid tot werken naar aangepaste werkplek bij astmatische klachten
Appellante, met astmatische klachten, was werkzaam onder de Wet Inschakeling Werkzoekenden maar kon haar werkzaamheden niet hervatten vanwege benauwdheidsklachten veroorzaakt door rook en stof op de werkplek. Er werd een aparte, stof- en rookvrije werkplek gecreëerd waar zij haar arbeid zou kunnen verrichten. De vraag was of haar ongeschiktheid tot werken moest worden beoordeeld naar haar laatstelijk feitelijk verrichte arbeid of naar deze aangepaste werkplek.
De Raad oordeelde dat de maatstaf voor de beoordeling van ongeschiktheid tot werken de aangepaste werkplek is, omdat terugkeer naar de oorspronkelijke werkplek uitgesloten was. De medische oordelen van de verzekeringsartsen, die rekening hielden met de beperkingen van appellante en de aangepaste werkplek, concludeerden dat zij geschikt was voor arbeid per 1 januari 2000.
Appellante voerde tegen dat de werkplek niet volledig stofvrij was, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. De Raad vond de medische beoordeling adequaat en lege artis uitgevoerd, mede gezien overleg met de huisarts en specialistische onderzoeken. Omdat appellante geen medische gegevens overlegde die haar ongeschiktheid op de aangepaste werkplek aantonen, werd het bestreden besluit bevestigd.
De uitspraak bevestigt dat bij beoordeling van arbeidsongeschiktheid rekening moet worden gehouden met feitelijke arbeidsomstandigheden en redelijke aanpassingen, en dat medische oordelen die dit in acht nemen, rechtsgeldig zijn.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 1 januari 2000 geschikt was voor arbeid op een aangepaste, stof- en rookvrije werkplek.