ECLI:NL:CRVB:2003:AN8052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel en indeling in salarisschaal bij ambtenaar
Appellant, een ambtenaar die aanvankelijk in schaal 10 was ingedeeld, werd per 1 juni 1995 ontslagen. De Raad vernietigde dit besluit en oordeelde dat appellant vanaf 1 januari 1994 recht had op bevordering naar schaal 11 bij wijze van uitloopbevordering (ULB). De schadevergoeding werd vastgesteld op f. 33.287,-. Na deze uitspraak verzocht appellant om opname van de ULB vanaf 1 oktober 1998 op het maximum van schaal 11, maar dit werd afgewezen en uiteindelijk toegekend op trede 8 van schaal 11.
Appellant stelde dat op grond van het vertrouwensbeginsel aanspraak gemaakt kon worden op indeling in het maximum van schaal 11, omdat de uitbetaling ter uitvoering van de eerdere uitspraak een continuering van een reeds toegekende ULB zou betreffen en omdat de omvang van de schade niet was betwist. De Raad oordeelde echter dat de uitbetaling geen besluit tot indeling in schaal 11 inhield en dat het bestreden besluit de eerste indeling in schaal 11 vanaf 1 oktober 1998 betrof.
Verder stelde de Raad dat hoewel gedaagde in de eerdere procedure een indruk had gewekt dat de aanspraken terecht op het maximum van schaal 11 waren berekend, dit niet verhinderde dat gedaagde bij de definitieve bevordering een oordeel kon vormen over de hoogte van de aanspraken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel kon daarom niet slagen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen en de indeling in trede 8 van schaal 11 wordt bevestigd.