ECLI:NL:CRVB:2003:AN8047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.H. van Kreveld
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid bij dienstongeval tijdens beroepsvaardigheidstraining politie
Appellant, werkzaam bij de politieregio Brabant-Noord, raakte tijdens een beroepsvaardigheidstraining gewond bij het springen over een kast van 1,10 meter. Hij stelde dat gedaagde aansprakelijk was voor de materiële en immateriële schade die hieruit voortvloeide, omdat onvoldoende maatregelen waren getroffen om het ongeval te voorkomen.
De rechtbank Arnhem wees het beroep van appellant af, en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat het ongeval plaatsvond tijdens een normale training met voldoende veiligheidsmaatregelen, waaronder judomatten aan voor- en achterzijde van de kast en aanwezigheid van instructeurs. Het risico van een val aan de zijkant behoefde niet te worden voorzien.
Verder werd geoordeeld dat het ontbreken van een warming-up en het niet stationeren van instructeurs als vangpersonen naast de kast niet onzorgvuldig was. Appellant was bovendien zonder beperkingen hersteld verklaard en had toestemming om deel te nemen aan de training.
Een beroep op goed werkgeverschap werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit niet eerder was aangevoerd. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank bleven daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat gedaagde niet aansprakelijk is voor de schade van appellant na het dienstongeval tijdens de training.