ECLI:NL:CRVB:2003:AN7913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of winstaandeel als inkomsten uit arbeid geldt voor WAZ-uitkering
Appellant, sinds 1994 arbeidsongeschikt als zelfstandig garagehouder, ontving een WAZ-uitkering die werd herzien op basis van inkomsten uit arbeid volgens artikel 58 van Pro de WAZ. Gedaagde had het winstaandeel van appellant uit de vennootschap als arbeidsinkomen aangemerkt, wat appellant betwistte omdat hij geen werkzaamheden verrichtte sinds zijn volledige arbeidsongeschiktheid in 1995.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het winstaandeel terecht als inkomsten uit arbeid werd beschouwd. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep, stellende dat het niet aannemelijk is dat appellant een winstaandeel ontving zonder enige arbeidsinbreng. Ook de onderhandelingen rondom de overdracht van het aandeel in de vennootschap werden als arbeid aangemerkt.
De Raad volgde de vaste jurisprudentie dat bij de vaststelling van inkomsten uit arbeid wordt uitgegaan van het fiscale nettowinstdeel. De desinvesteringsbijtelling werd eveneens als correctie op de inkomsten meegenomen. De Raad zag geen reden om af te wijken van de fiscale keuzes van appellant en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het winstaandeel als inkomsten uit arbeid geldt voor de WAZ-uitkering van appellant.