ECLI:NL:CRVB:2003:AN7527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling functioneren ambtenaar en schending redelijke termijnprocedure
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de gemeente Rotterdam, stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zijn negatieve functioneringsbeoordeling onterecht was en dat de procedure onredelijk lang had geduurd. De beoordeling uit 1997 werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad overwoog dat de beoordeling betrekking had op de eerste helft van 1997 en dat eerdere perioden niet relevant waren. De grief dat appellant was overvallen door het beoordelingsgesprek werd verworpen omdat hij tijdig was geïnformeerd. De Raad vond dat de beoordeling voldoende was onderbouwd met concrete feiten en omstandigheden, waaronder afspraken die appellant niet was nagekomen en een onvoldoende open houding.
De Raad verwierp ook het bezwaar dat de beoordeling onvoldoende objectief was, omdat meerdere leidinggevenden betrokken waren geweest bij de totstandkoming en vaststelling van de beoordeling. Wel erkende de Raad dat de bewoordingen soms niet strikt zakelijk waren, maar dat dit niet leidde tot onvoldoende toetsbaarheid.
Ten slotte stelde de Raad vast dat de totale duur van de procedure ruim vijf en een half jaar bedroeg, waarbij ruim een jaar voor rekening van de gemeente kwam. Dit leidde tot een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Gezien de aard van het besluit werden hieraan echter geen gevolgen verbonden voor de geldigheid van het besluit. Appellant werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor eventuele schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de negatieve functioneringsbeoordeling wordt bevestigd ondanks de schending van de redelijke termijn.