ECLI:NL:CRVB:2003:AM7773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhoging pensioengrondslag op grond van Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
Eiseres, gelijkgesteld met een verzetsdeelnemer, verzocht om verhoging van de pensioengrondslag op grond van artikel 8, derde lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945. Verweerster stelde de grondslag vast op het wettelijke minimum en wees het verzoek af. De Raad toetste de redelijkheid van dit besluit en concludeerde dat verweerster niet onredelijk heeft gehandeld.
De Raad nam mee dat eiseres sinds 1971 arbeidsongeschikt was en een WAO-uitkering ontving, berekend op basis van een dagloon dat niet hoger was dan het minimum. Verklaringen die door eiseres waren overgelegd om zelfstandig ondernemerschap aan te tonen, werden onvoldoende bevonden. Ook het beroep op het Jeugdigenbesluit en artikel 8, vierde lid, van de Wet werd verworpen omdat eiseres ten tijde van haar invaliditeit nog geen onderwijs volgde en geen inkomsten uit arbeid genoot.
De Raad concludeerde dat de weigering van verweerster om de pensioengrondslag te verhogen de terughoudende toetsing kan doorstaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de pensioengrondslag blijft vastgesteld op het wettelijke minimum.