ECLI:NL:CRVB:2003:AM3183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WW-uitkering bij ontbreken urenverlies volgens artikel 4b Besluit
Appellant, werkzaam als docent creatieve vakken in een cultureel centrum, verzocht om een WW-uitkering na een periode van wisselend arbeidspatroon over een cyclus van 52 weken. Gedaagde, het UWV, wees dit verzoek af op grond van artikel 4b van het Besluit, omdat geen sprake was van een urenverlies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep bevestigd.
De Raad overwoog dat het arbeidspatroon van appellant cyclisch was en dat het Besluit op goede gronden is toegepast. De stelling van appellant dat het Besluit buiten de bevoegdheid is gesteld en dat sprake zou zijn van seizoenarbeid werd verworpen. De Raad stelde vast dat de werkzaamheden ook in de zomermaanden konden worden verricht, waardoor geen sprake was van seizoenarbeid.
Hoewel de berekening van urenverlies onzekerheden kan bevatten, achtte de Raad dit geen reden om het Besluit buiten toepassing te laten. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot herziening van de uitkering indien later toch urenverlies zou blijken. De Centrale Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: Geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken van urenverlies volgens artikel 4b van het Besluit