ECLI:NL:CRVB:2003:AM2530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K. Zeilemaker
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatig handelen Staatssecretaris Defensie inzake nazorg militair met PTSS
Gedaagde, een beroepsmilitair uitgezonden naar het voormalige Joegoslavië, raakte psychisch uit balans na terugkeer en pleegde brandstichting. Hij vorderde van de Staatssecretaris van Defensie vergoeding van schade wegens vermeend nalatig nazorgbeleid. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de Staatssecretaris onrechtmatig had gehandeld door onvoldoende nazorg te bieden.
De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel. De Raad stelde vast dat het destijds bestaande nazorgprogramma, gezien de kennis over PTSS in die tijd, niet zodanig tekortschiet dat onrechtmatig handelen kan worden aangenomen. De Raad vond dat de Staatssecretaris adequaat had gehandeld, onder meer door het bieden van gesprekken met psychologen en het stimuleren van de debriefing.
Verder concludeerde de Raad dat medewerkers van de Maatschappelijke Dienst Defensie en het Centraal Militair Hospitaal niet onzorgvuldig hadden gehandeld. Ook het verwijt dat er onvoldoende actie was na de zelfmoord van een pelotonsgenoot werd verworpen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de militair wordt ongegrond verklaard; geen onrechtmatig handelen van de Staatssecretaris bij het nazorgprogramma.