ECLI:NL:CRVB:2003:AL8305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- A.B.J. van der Ham
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betalingen aan werknemers als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een hoger beroep van een uitzendbureau tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin betalingen aan drie werknemers werden aangemerkt als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Het uitzendbureau stelde dat de betalingen leningen waren, maar kon dit niet aannemelijk maken door het ontbreken van schriftelijke overeenkomsten.
De rechtbank Utrecht had het beroep van het uitzendbureau ongegrond verklaard, waarna het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd ingesteld. Uit het dossier bleek dat de werknemers in kwestie provisies hadden ontvangen die niet in de loonadministratie waren opgenomen en daarnaast bedragen die volgens het uitzendbureau leningen waren. Slechts één werknemer had een deel van het bedrag terugbetaald, en er waren geen invorderingsmaatregelen getroffen.
De Raad oordeelde dat de betalingen als loon moesten worden beschouwd omdat het uitzendbureau niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van geldleningsovereenkomsten. Ook het argument dat documenten waren verdwenen door diefstal bood onvoldoende overtuiging. Bovendien waren de bedragen in de boekhouding afgeboekt en waren er geen serieuze pogingen tot terugbetaling.
De Raad wees het beroep op het gelijkheidsbeginsel af omdat er geen vergelijkbare gevallen waren en matiging van de boete was reeds toegepast vanwege de duur van de bezwaarprocedure. De uitspraak bevestigt het standpunt van het Uwv en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de betalingen aan werknemers als loon moeten worden aangemerkt en wijst het beroep van appellant af.