ECLI:NL:CRVB:2003:AL7310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- T. Hoogenboom
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding pensioenpremie tijdens FPU-periode na omzetting VUT-regeling afgewezen
Appellant, voormalig ambtenaar bij een gemeentelijke dienst, werd ontslagen wegens opheffing van zijn betrekking en maakte aanspraak op wachtgeld en VUT-uitkering met verplichte pensioenopbouw van 50%. Per 1 april 1997 werd de VUT-regeling vervangen door de FPU-regeling, waarbij pensioenopbouw vrijwillig werd en werkgever niet verplicht was bij te dragen. Appellant verzocht vergoeding van de pensioenpremie over de FPU-periode, welke door de gemeente werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep overweegt de Raad dat belanghebbenden niet mogen vertrouwen op ongewijzigde regelgeving na ontslag, tenzij er individuele garanties of toezeggingen zijn gedaan. In deze zaak zijn geen dergelijke garanties of toezeggingen vastgesteld. De door appellant overgelegde brief van ABP Pensioenen bindt de gemeente niet, omdat deze niet van de gemeente afkomstig is en geen bewijs vormt van toezeggingen.
Verder is geen sprake van bijzondere omstandigheden die compensatie rechtvaardigen. Het financiële nadeel vloeit voort uit een algemene wijziging van arbeidsvoorwaarden. Ook het feit dat andere sectoren gunstiger afspraken maakten, verplicht de gemeente niet tot compensatie. Er is geen aanwijzing dat appellant onder druk akkoord ging met de regeling.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van vergoeding van de pensioenpremie tijdens de FPU-periode.